Jongens hebben geen meidenknie
Waarom sekse én gender ertoe doen bij knieklachten en blessures
Niet eerder is er zoveel aandacht geweest voor sekse- en genderverschillen in de geneeskunde. In de sportgeneeskunde is die aandacht hard nodig: decennialang is onderzoek naar blessures, trainingsbelasting en herstel grotendeels gebaseerd op het mannelijke lichaam. Inmiddels weten we dat biologische verschillen (sekse) én sociale factoren (gender) van directe invloed zijn op blessurerisico’s en klachtenpatronen met name rond de knie.
Bij Xpert Clinics ziet orthopedisch chirurg Bart Muller het dagelijks: meisjes en jonge vrouwen presenteren zich anders dan jongens. Ze ontwikkelen vaker pijn rond de knieschijf -de zogenaamde meidenknie of ook wel het patellofemorale pijnsyndroom- en hebben een aanzienlijk hoger risico op ernstige blessures zoals een voorstekruisbandruptuur. In dit artikel worden de belangrijkste biologische én maatschappelijke factoren besproken die hieraan bijdragen.
Een korte terugblik: vrouwen in de sportgeneeskunde
Nog geen zestig jaar geleden werd het vrouwen afgeraden om mee te doen aan langeafstandsraces. Men vreesde dat hun baarmoeder eruit zou vallen of dat ze ‘te mannelijk’ zouden worden door een dergelijke inspanning. Pas in 1972 mochten vrouwen officieel deelnemen aan de Boston Marathon — vijf jaar nadat Kathrine Switzer in 1967 illegaal meeliep en de geschiedenisboeken inging toen een wedstrijdofficial haar midden in de race probeerde te verwijderen.

Op deze iconische foto zien we hoe Jock Semple, de co-directeur van de marathon, Kathrine Switzer fysiek uit de race probeert te duwen. Maar dat werd gelukkig weerhouden door haar echtgenoot die ook meerende en uiteindelijk haalt ze de finish toch met een eindtijd van 4 uur en 20 minuten.
Sindsdien is de sportieve inhaalslag van vrouwen indrukwekkend geweest. De wereldrecords op de marathon daalden in twintig jaar met meer dan een uur, terwijl de mannelijke records in diezelfde periode nauwelijks veranderden. Toch is de prestatiekloof tussen mannen en vrouwen inmiddels gestabiliseerd: gemiddeld zijn vrouwelijke topatleten op de loopnummers gemiddeld 9–12% langzamer dan hun mannelijke collega’s. Een verschil dat ook terug te zien is in andere sporten zoals zwemmen, schaatsen en wielrennen. Dat verschil is niet alleen sociaal, maar ook biologisch verklaarbaar.
Fysiologische en anatomische verschillen
Vrouwen zijn gemiddeld kleiner en lichter, met een andere lichaamssamenstelling: minder spiermassa, meer vetweefsel en een lager hemoglobinegehalte. Dit heeft gevolgen voor kracht, uithoudingsvermogen en zuurstoftransport.
- Spiermassa en kracht: Vrouwen hebben 25–40% minder spiermassa dan mannen, vooral in het bovenlichaam. Dat verklaart waarom het prestatieverschil groter is in sporten als boksen en kajakken dan in hardlopen of fietsen.

De Algerijnse Imane Khelif kwalificeerde zich vorig jaar binnen 46 seconden voor de kwartfinales van de Olympische Spelen tegen haar Italiaanse opponente Angela Carini.
Het IOC nam aan dat Khelif zich identificeert als vrouw en volgens haar paspoort een vrouw is. De internationale boksbond IBA daarentegen onderwerpt zijn atleten aan een geslachtstest. Volgens de omstreden baas van de IBA wees de chromosomentest bij Khelif uit dat ze XY-chromosomen heeft en op basis daarvan was Khelif wel voor het WK gediskwalificeerd, maar niet van de Olympische Spelen.
Wat je ook mag vinden van haar diskwalificatie voor het WK of kwalificatie voor de kwartfinale Olympische Spelen, het voorbeeld illustreert dat we weten dat er verschillen zijn tussen vrouwen en mannen die relevant zijn voor sportprestaties en dat het op de scheidslijn tussen beide geslachten moeilijk navigeren is.
- Cardiovasculair systeem: vrouwen hebben een kleinere longcapaciteit, minder rode bloedcellen en een lagere absolute maximale zuurstofopname (VO₂max).
- Uithoudingsvermogen: vrouwen hebben relatief meer type-I (langzame) spiervezels, een betere metabole flexibiliteit en minder neuromusculaire vermoeidheid. Ze zijn efficiënter in het verdelen van hun energie (‘pacing strategy’), wat hen een voordeel geeft bij duursporten.
- Biomechanica: vrouwen bewegen anders. Ze vertonen meer heupadductie en interne rotatie, een groter knieabductiemoment (dynamische valgus) en vaak een kleinere kniebuighoek tijdens landing of afzet. Dít beïnvloedt kniebelasting en blessurerisico’s.
De ‘meidenknie’: het patellofemoraal pijnsyndroom (PFPS)
De term ‘meidenknie’ werd vroeger gebruikt om het patellofemoraal pijnsyndroom te duiden. Kniepijn rond de knieschijf die verergert bij hurken, traplopen of fietsen in zwaar verzet. PFPS is een van de meest voorkomende knieklachten bij adolescenten en komt tot twee keer zo vaak bij meiden voor als bij jongens.
Waarom juist bij meiden?
- Anatomie en Q-hoek: vrouwen hebben ‘brede heupen’ (=een breder bekken ten behoeve van het baringskanaal), waardoor de hoek (de Q-hoek) waaronder vierkoppige dijbeenspier (de quadriceps) aan de knieschijf (patella) trekt groter is. Hierdoor trekt de quadriceps de knieschijf relatief gezien naar buiten (lateraal) toe en zo verhoogt de druk aan de buitenzijde van de knieschijf.
- Heup- en bilspierzwakte: doordat de heup en bilspieren minder hard werken, trekt en roteert het bovenbeen relatief gezien naar binnen toe. De patella trekt zo verder naar buiten, met pijn door inklemming van de weke delen (bijvoorbeeld het vetlichaam van Hoffa) rond de patella en verweking van het kraakbeen (chondromalacie) tot gevolg.
- Gewrichtslaxiteit en hormonale invloeden: hormonen zoals oestrogeen en relaxine beïnvloeden de conditie van spier- en bindweefsel en dus de rigiditeit c.q. laxiteit van de banden en het kapsel in en om gewrichten. Tijdens de menstruatiecyclus kunnen schommelingen in hormonale niveaus leiden tot een veranderde spieractivatie en verhoogde gewrichtslaxiteit . De patella, die überhaupt al zeer mobiel is, wordt hierdoor mogelijk nóg mobieler en banden (zoals de voorstekruisband) nóg kwetsbaarder.
- Neuromusculaire controle: vrouwen vertonen vaker quadricepsdominantie ‘quad dominance’ (meer activiteit van de voorste dijspieren ten opzichte van hamstrings en bilspieren), wat leidt tot minder gecontroleerde kniebuiging en grotere belasting van de patella én minder bescherming van de voorstekruisband.
PFPS is hardnekkig en vraagt om een holistische aanpak. Een belangrijk deel van de oorzaken kunnen verbeteren door gerichte spierkrachttraining (oefentherapie met focus op bovenbeen en billen; vastus medialis obliquus en gluteaal musculatuur) met aandacht voor coördinatie en bewegingspatronen. Omdat gewrichtslaxiteit en hormonale invloeden veranderen naarmate het leven vordert is een afwachtend beleid vaak te adviseren. Bij serieuze anatomische afwijkingen is een operatie soms te overwegen.
Voorstekruisband (VKB) letsel: het beruchte blessurerisico
Een van de meest besproken blessures in de sportgeneeskunde is het VKB-letsel. Vrouwen lopen bij sommige sporten, zoals voetbal, basketbal en handbal, serieus meer risico op een VKB-ruptuur dan mannen.
De oorzaken zijn multifactorieel en in grote mate overlappend met het verhoogde risico op het patellofemoraal pijnsyndroom
- Anatomie: door een breder bekken, is de natuurlijke beenas van de vrouw veel vaker in een X-stand (valgus). Een valgus knie geeft een groter risico op VKB-letsel. Daarnaast is bij vrouwen de ruimte waar de kruisband doorheen loopt vaak wat smaller en kleiner (intercondylaire notch), hetgeen ook weer een verhoogd risico op letsel met zich meedraagt.

De notch waar de kruisbanden zich bevinden is kleiner en smaller bij vrouwen

Vrouwen hebben vaker een valgus of neutrale beenas (zie ook de bredere heupen). Terwijl mannen relatief vaker een varus beenas hebben
- Hormonen: oestrogeen beïnvloedt collageensynthese en -inbouw (‘crosslinking’) en daarmee de rigiditeit cq laxiteit van banden zoals de voorstekruisband. Dat leidt mogelijk tot verminderde weerstand van de VKB in bepaalde fasen van de cyclus.
- Neuromusculaire factoren: afwijkende landings- en looppatronen, beperkte heupcontrole en verminderde hamstringactivatie dragen bij aan een verhoogde valgusbelasting en minder bescherming van de VKB.
- Gender, omgeving en cultuur: naast biologie speelt ook gender een rol. Sociale factoren zoals verschillen in trainingskansen en -faciliteiten, gebrek aan rolmodellen, maatschappelijke verwachtingen en materiaalontwerp van bijvoorbeeld sportkleding of voetbalschoenen beïnvloeden niet alleen deelname, maar ook blessurerisico.
Het relatieve risico is dus verhoogd, maar ook in absolute zin is er een toename van het aantal voorstekruisband blessures bij meiden. En -niet geheel toevallig- zo is er volgens de FIFA ook sprake van een enorme toename van het aantal voetballende meisjes wereldwijd: van 29 miljoen in 2024 naar 60 miljoen in 2026.
Het aantal sportende meisjes groeit wereldwijd en de fysieke belasting neemt toe terwijl het blessurerisico serieus verhoogd is. Een VKB-ruptuur betekent voor deze patiëntengroep -behalve een operatie- ook nog eens 9–12 maanden revalidatie en verhoogde kans op een recidief en/of artrose op latere leeftijd. Preventie is dus cruciaal!
Preventieprogramma’s zoals FIFA 11+, Knee Control en Join(t)Forces tonen overtuigend aan dat neuromusculaire training het risico op VKB-blessures tot wel 50% kan verlagen, mits consequent uitgevoerd.

Het corrigeren van blessuregevoelige bewegingspatronen -in dit geval de dynamische valgus waar vrouwen dus duidelijk gevoeliger voor zijn- is effectief in het voorkomen van voorstekruisbandletsel.
Wat betekent dit voor de praktijk?
- Seksesensitieve diagnostiek: klachten en risicoprofielen verschillen tussen jongens en meisjes. Bij meisjes met kniepijn moet standaard aandacht zijn voor heupkracht, valguscontrole en patellar tracking.
- Preventieprogramma’s implementeren: structurele neuromusculaire training hoort thuis in (de warming up van) elk jeugdopleidingsprogramma, net zo vanzelfsprekend als conditietraining.
- Interdisciplinaire samenwerking: sportartsen, fysiotherapeuten, trainers en coaches, orthopedisch chirurgen en biomechanici en onderzoekers moeten samen seksespecifieke kennis integreren in beleid en praktijk.
- Onderzoek en data: vrouwen zijn nog steeds ondervertegenwoordigd in (sport)medisch onderzoek. Alleen door betere data te verzamelen kunnen we blessurepreventie verder verfijnen.
Conclusie
Jongens hebben geen meidenknie, maar jongens en meiden hebben wél een eigen anatomie, hormoonhuishouding en bewegingspatronen die hun blessurerisico beïnvloeden. Sekse en gender bepalen niet alleen hoe sporters presteren, maar ook hoe ze geblesseerd raken en herstellen. Het is tijd dat er in de sport en in de geneeskunde integraal structureel rekening wordt gehouden met deze verschillen. Van diagnose tot preventie, van trainingsprogramma tot schoenontwerp. Met kennis, nuance en aandacht voor sekse en gender kunnen we ernstige blessures voorkomen en het sportplezier voor iedereen vergroten.
Geselecteerde referenties
Wetenschappelijke referenties
- Mizuno Y, et al.J Orthop Res. 2001;19(5):834–840.
Waarom: klassiek onderzoek naar kraakbeen- en weefselrespons op belasting, nuttig voor basis biomechanische context. - Chidi-Ogbolu N, Baar K.Front Physiol. 2019.
Waarom: veelgeciteerde review over hoe oestrogeen bot, spier, pees en ligament beïnvloedt — nuttig voor de hormoonparagraaf. - Tenan MS, et al.Med Sci Sports Exerc. 2013;45(11):2151–2157.
Waarom: onderzoekt neuromusculaire controleverschillen tussen mannen en vrouwen tijdens inspanning. - Hewett TE, Myer GD, Ford KR, et al.Am J Sports Med. 2005;33(4):492–501.
Waarom: invloedrijke prospectieve studie die aantoont dat afwijkende knie-bewegingen (valgus) en spiercontrole ACL-risico voorspellen bij vrouwelijke atleten. - Hallén A, et al.Br J Sports Med. 2024.
Waarom: recente studie over preventieprogramma’s en blessuremechanismen binnen vrouwenvoetbal. - Liu SH, et al.Am J Sports Med. 1997;25(5):704–709.
Waarom: vroege studie die hormonale invloeden op ligamentsterkte bespreekt. - Wojtys EM, et al.Am J Sports Med. 1998;26(5):614–619.
Waarom: pioniersonderzoek naar de relatie tussen menstruele cyclusfase en knie-laxiteit. - Neal BS, et al.Best practice guide for patellofemoral pain.Br J Sports Med. 2024. Waarom: actuele evidencesynthese over PFPS (diagnose, oefentherapie en management).
- StatPearls — Patellofemoral Syndrome (Bump JM et al.).NCBI Bookshelf / StatPearls, 2023. Waarom: overzichtsartikel, geschikt als algemene klinische referentie voor anterieure (“voorste”) kniepijn.
- Parker EA.Menstrual Cycle Hormone Relaxin and ACL Injuries in Female Athletes — Review.PMC, 2024. Waarom: recente review over relaxine en de invloed op bindweefsel/ACL; relevant voor hormonale factoren.
- Avci EE, et al.Influence of estrogen across the menstrual cycle on knee laxity / injury risk.Meta-analysis, 2020. Waarom: samenvatting van studies over cyclusfase en ligamentlaxiteit/blessurerisico.
- Fort-Vanmeerhaeghe A, et al.Injury risk and well-being during the menstrual cycle.Int J Environ Res Public Health/ MDPI, 2025.
Waarom: actuele studie over cyclische hormonale verbanden en blessurerisico. - Crowell G.Female Athletes Are Underrepresented in ACL Research.ScienceDirect, 2024.
Waarom: analyse die benadrukt dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in onderzoek — belangrijk voor methodologische context. - Magaña-Ramírez M, et al.Which exercise programme is most appropriate to reduce ACL risk?Systematic Review, 2024.
Waarom: vergelijkt de effectiviteit van preventieprogramma’s zoals FIFA 11+. - Alhazmi F, Al Attar W, Eser P, et al.Meta-analyses on neuromuscular prevention programmes (FIFA 11+ and variants). 2024–2025.
Waarom: tonen aan dat structurele neuromusculaire training ACL- en knieblessurerisico’s significant reduceert. - Parker EA, Dehghan F, et al.Relaxin and the Musculoskeletal System.Scand J Med Sci Sports. 2014 – 2024.
Waarom: basis- en vervolgonderzoek over de invloed van relaxine op ligamenten. - Daniels J.Running Formula. 4th ed. Human Kinetics, 2023.
Waarom: standaardwerk over loopbelasting, training en blessurepreventie. - Joy EA, et al.Clin Sports Med. 2016;35(3):371–389.
Waarom: bespreekt factoren die bijdragen aan voorste kniepijn bij sporters en hun management.
Relevante nieuws- en magazine-artikelen
- The Guardian (2024):“MPs want more women’s football boots to be made and sold amid ACL injuries.”
Waarom: illustreert maatschappelijke druk en bewustwording rond uitrusting en blessurepreventie. - The Guardian (Feb 2024):“’Everyone says they hear a pop or a crack’: why are so many female footballers suffering career-ending knee injuries?”
Waarom: journalistiek overzicht met spelers- en expertinterviews over de ‘kruisbandcrisis’. - The Economist (Aug 15, 2023):“Why female footballers are more likely to tear their ACLs.”Waarom: goed geschreven achtergrondanalyse over anatomie, training en materiaal.
- The Economist (2021 – 2025):Longreads on women’s sport and professionalisation.Waarom: behandelt de groeiende fysieke belasting door professionalisering in het vrouwenvoetbal.
- The Times (2024):“No link between ACL injuries and periods, expert claims.”
Waarom: toont dat het verband tussen menstruatiecyclus en blessurerisico onderwerp van debat blijft. - Reuters / AP / NY1 (2024):Reports on major ACL research projects (e.g., Project ACL, WSL studies).Waarom: nieuws over lopende onderzoeken en beleidsinitiatieven.
- UEFA News & Research Initiatives.UEFA.com, 2024.
Waarom: officiële updates over blessure-onderzoek en preventie-initiatieven in het vrouwenvoetbal.


